Ramnandanlal betoogde dat politieke verbondenheid en persoonlijke relaties nog steeds een rol spelen bij de verdeling van kansen binnen de regering‑Simons, ondanks de belofte van een nieuw bestuur na de verkiezingen van 2025.
Hij verwees naar het opleidingsinstituut van Glenn Geerlings, dat volgens hem kort na de oprichting al ambtenaren van het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij als studenten had, en stelde dat de echtgenoot van president Simons ‘kennelijk voorgetrokken’ wordt bij toelatingen.
De PALU‑politicus bevestigde de beschuldiging van ‘friends & family’ toen de interviewer hem hierop aanstuurde, en gaf aan dat hij geen exact aantal betrokken LVV‑ambtenaren kon noemen.
Ramnandanlal plaatste deze praktijk naast de lage instroom bij agrarische studierichtingen van de universiteit, die volgens hem een gemiste kans is voor de ontwikkeling van de landbouwsector.
Hij bekritiseerde bovendien dat deskundigen buiten de coalitiepartijen nog steeds onvoldoende worden betrokken, waardoor zelfs politiek neutrale experts buiten beeld blijven.
Volgens Ramnandanlal herhaalt zich een patroon dat ook bij eerdere machtswisselingen zichtbaar was: oppositiepartijen wijzen fouten aan, maar zodra ze aan de macht zijn, blijven dezelfde werkwijzen bestaan.
Hij wees op de uitbreiding van het aantal districtscommissarissen van zeventien naar eenentwintig en de oprichting van presidentiële commissies, maar constateerde dat van die commissies weinig concrete resultaten zichtbaar zijn, waaronder een agrarisch ontwikkelingsplan dat nog steeds ontbreekt.
Voor echte verandering pleit Ramnandanlal voor een geïntegreerd beleid waarin productie, onderwijs en investeringen op elkaar aansluiten, en voor structurele betrokkenheid van burgers via oudercommissies, patiëntenraden en georganiseerde landbouwers.
Hij stelde dat ressort‑ en districtsraden eigen budgetten moeten krijgen en dat partijpolitieke scheidslijnen moeten wijken om de aangekondigde omslag in bestuur te realiseren.