In een schriftelijke brief aan NDP‑voorzitter Jennifer Geerlings‑Simons legt Meriba uit dat zijn vertrek niet het gevolg is van ruzie, onvrede of een persoonlijk geschil met de partijleiding, maar een weloverwogen persoonlijke beslissing.
Hij uit dankbaarheid voor de periode die hij binnen de NDP heeft doorgebracht, wijst specifiek op zijn inzet in 2020 en benadrukt dat hij binnen de toen geboden mogelijkheden zijn verantwoordelijkheid heeft genomen.
Ondanks het vertrek stelt Meriba dat zijn hart bij Suriname blijft; hij wil zich buiten de partijpolitieke structuur op eigen wijze blijven inzetten voor een rechtvaardig, sterk en vooruitstrevend land.
Meriba vraagt de partij zijn besluit te respecteren en hoopt op een waardige en constructieve afhandeling van zijn vertrek, terwijl hij Geerlings‑Simons, de NDP en alle betrokkenen succes wenst.
Hij maakt geen uitspraken over eventuele nieuwe politieke plannen; de brief beperkt zich tot de beëindiging van zijn lidmaatschap en zijn intentie om zich op andere manieren voor Suriname in te zetten.
Meriba is geen onbekende in Suriname: hij is de pleegzoon van de latere overleden oud‑president en voormalig NDP‑leider Desi Bouterse. Hij werd in 2005 veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor onder meer roof en doodslag, kreeg in 2011 gratie van Bouterse, en werd in 2017 opnieuw veroordeeld tot drieënhalf jaar voor een roofoverval.
De afgelopen jaren probeerde hij een andere weg in te slaan: in 2023 behaalde hij een Bachelor of Business Administration aan de Nederlandse Business Academy, in juli 2025 verklaarde hij bereid te zijn een politieke rol binnen de NDP te vervullen wanneer de partij daartoe een beroep zou doen, en was hij actief als coördinator in de wijk Pontbuiten.