Op zijn grootste omvang besloeg het meer 5.200 tot 6.000 km², maar op 1 augustus 2025 was er nog slechts 581 km² water aanwezig, met een volume van ongeveer 0,5 miljard m³ – een daling van 75 % ten opzichte van de 2 miljard m³ die in 2024 werden gemeten. Het waterpeil lag die dag op 1.269,74 meter.
De krimp wordt toegeschreven aan jarenlange droogte, de bouw van dammen en een intensief wateronttrekkingsbeleid voor onder meer appelboomgaarden. De Zarrineh‑Rud, ooit een van de belangrijkste toevoerwegen van het meer, wordt steeds vaker afgeleid om irrigatie te voorzien, waardoor er minder water overblijft voor het meer zelf.
Naarmate de meerbodem opdroogt, ontstaat een harde, witte zoutvlakte. Wanneer de wind over dit oppervlak trekt, wordt zoutstof opgewaaid en verspreidt zich over dorpen en akkers. Lokale autoriteiten koppelen de toename van stofstormen aan een stijging van luchtwegklachten, kankergerelateerde aandoeningen en een hogere prevalentie van hypertensie onder de bevolking.
Wetenschappelijk onderzoek onder leiding van Ahrari en collega’s, met behulp van lasermetingen van luchtdeeltjes, bevestigde dat de frequentie van stofstormen met circa 20 % is gestegen nadat het meeroppervlak met 81 % was gekrompen. Een afzonderlijke gezondheidsstudie in Shabestar County vond een verband tussen dalende waterstanden, verhoogde zoutdeeltjes in de lucht en een grotere kans op hypertensie.
In september 2025 werd tijdelijk 1,278 miljard m³ water vrijgegeven uit de Boukan‑ en Mahabad‑dammen, waardoor het waterpeil op 20 april 2026 steeg tot 1.270,70 meter. De neerslag in het stroomgebied was tot 21 maart 2026 ongeveer 100 % hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder en meer dan 30 % boven het langjarige gemiddelde, wat de korte‑termijnherstel van het meer verklaart, maar de onderliggende kwetsbaarheid niet wegneemt.
In december 2025 startte de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO) samen met de provincie West‑Azerbeidzjan een herstelproject dat zich richt op efficiënter gebruik van landbouwwater. Het initiatief beoogt de druk op de Zarrineh‑Rud te verminderen en zo op lange termijn een stabieler waterpeil voor het Urmiameer te realiseren.
Desondanks blijft het meer sterk afhankelijk van jaarlijkse regenval, rivierafvoeren en beleidskeuzes over waterverdeling tussen landbouw, steden en natuur – een dilemma dat ook in Nederland steeds urgenter wordt.